De kuiltjes in haar wangen…

Nadat ik begin augustus op internet gelezen had dat één van de koeien van de bisonkudde in Almindingen dood was en haar dit jaar geboren kalf vermist werd, maakte ik mij grote zorgen of het misschien om ‘mijn’ bisons ging; de koe en haar kalf, die ik op 27 mei kon fotograferen terwijl het kalf nog maar hooguit een paar dagen oud was.

Die ontmoeting, waarbij zomaar ineens een bisonkalf voor mijn neus het bospad opsprong alsof zijn moeder het aan mij wilde voorstellen, was voor mij een kosmisch moment. (Volgens Joke wilde de koe haar kalf juist leren hoe een mens er uitzag, en tsja, dat kan dus ook…)
Ik was erop gespitst om vóór ons vertrek naar Nederland nog één keer de bisons te zien en wist dat er kans op gezinsuitbreiding bij de bisons was. Stiekem hoopte ik …
Ik had al twee dagen eerder tevergeefs het gebied uren doorkruist zonder één bison te zien te krijgen en was deze ochtend extra vroeg opgestaan. Terwijl ik over een pad liep waarvan ik aan de sporen kon zien dat het ook door de bisons gebruikt werd, hoorde ik plotseling in het bos rechts van me een tak kraken. Het was niet het geluid van een ree die een takje liet kraken, maar een krak veroorzaakt door een zwaar dier. Tussen de donkere, dichte dennenbomen kon ik nog net de donkere gedaante van een bison zien weglopen. En toen sprong iets verderop dus plotseling ineens dat kalf het bospad op.

Toen ik later de foto van dat moment bekeek, zag ik pas dat tussen de takken rechts al de kop van de moederkoe zichtbaar was. Op het moment zelf had ik haar nog helemaal niet in de gaten, totdat ook zij het bospad opstapte.

Nadat we op zondag 13 september weer terug waren op Bornholm, ben ik meteen de volgende dag op pad gegaan. Het gebied waar de bisons zich ophouden is zo’n 200 hectare groot. Het wordt doorsneden door een geasfalteerde weg met wildroosters aan begin en eind, de Christian X-weg, en haaks daaropstaand een bosweg, waardoor het gebied in 4 kwadranten wordt verdeeld. Het is altijd gokken in welk kwadrant je het beste kunt beginnen en de ervaring heeft me geleerd dat ik regelmatig verkeerd gok. Ik kies meestal voor het kwadrant waar ik de bisons de vorige keer zag, en vaak betekent dit dan dat ik al enkele uren aan het lopen ben voordat ik bisons te zien krijg, als ik ze überhaupt al te zien krijg. Maar ook wel krijg ik ze dan al na een kwartiertje in het oog. Er is dus niet echt goed een peil op te trekken…

Hoe dan ook, toen ik die maandag op het punt stond om onverrichterzake naar de auto terug te gaan, zag ik drie bisons het bos uitkomen… (verderop staat nog een fiets links in de berm, klik op de foto voor een vergroting)

… weldra – nadat ik in dekking was gegaan – gevolgd door de hele troep.

Aan de hand van ‘de kuiltjes in haar wangen’ ontdekte ik, nadat ik thuisgekomen was en de foto’s op het scherm van mijn laptop wat beter kon bekijken, ‘mijn’ koe op deze foto:

Naast elkaar gezet, de kop van 27 mei (de foto van de header) en die van 14 september (de foto hier recht boven):

kuiltje in neus

Niet echt de kuiltjes in haar wangen – die zijn met al die haren niet te zien – maar het kuiltje in haar neus en de ringen op haar hoorns zetten mij op het spoor. Zou zij ook mij herkend hebben?