Hoe is het intussen de bizons vergaan?

Natuurlijk zijn we de dag na aankomst op Bornholm meteen naar Svinemose gereden, het gebied waar zich de bizons bevinden. En warempel, deze keer geen lange wandeling om ze te vinden: ze stonden ons als het ware op te wachten toen we aankwamen.

Grazende bizons bij de westelijke ingang van Svinemose, foto van 3 april 2017

Het is dit jaar in mei precies vijf jaar geleden dat zes bizonkoeien en een bizonstier vanuit Polen naar Bornholm overgebracht werden. Onder andere om in Almindingen een gevarieerder bos te creëren met meer open plekken en een breder aanbod aan planten. De bizons als natuurbeheerders dus.

Het project gaat dit jaar geëvalueerd worden waarna de minister een besluit moet nemen:

  • het project wordt beëindigd (in mijn ogen niet waarschijnlijk);
  • de omheining wordt verwijderd en de bizons worden vrijgelaten (de boeren op Bornholm zijn hier niet blij mee, zij vrezen besmetting van hun veestapel met parasieten van de bizons en schade aan hun gewassen);
  • slechts een deel van de bizons wordt vrijgelaten en via gps-halsbanden gevolgd, de rest blijft in het huidige of wat groter gemaakte, omheinde gebied (ook hier zijn de boeren tegen);
  • de bizons blijven in een, al dan niet vergroot, omheind gebied.

Op dit moment zijn er vijftien bizons. Begin dit jaar is een twee jaar oud bizonstierkalf dood gevonden. Het dier was sterk vermagerd en bleek bij nader onderzoek verschillende inwendige bloedingen te hebben. Het was klaarblijkelijk uit de kudde verstoten en hardhandig weggejaagd door de andere dieren van de kudde, zoiets schijnt vaker voor te komen bij bizons. Ik vermoed dat ik dit dier afgelopen september gezien heb, het stond in zijn eentje langs de weg te grazen terwijl de rest van de kudde heel ergens anders was. Het zag er toen ook al in niet te goede doen uit, besefte ik later.

Verstoten tweejarig stierkalf langs Chr. X-vej, foto van 14 september 2016

Hetzelfde stierkalf, nadat we elkaar 13 minuten later verderop in het bos weer tegenkwamen, op weg naar de rest van de kudde.

In mei 2016 heeft Naturstyrelsen de bizonstier van de kudde in laten slapen. Ze vonden in september 2015 al dat de stier er mager uitzag. Ik was toen bij ze om ze mijn foto’s te laten zien en ze uitten toen hun zorg daarover. Het daaropvolgende voorjaar gaf geen verbetering te zien, eerder het tegendeel, waarop ze besloten de stier te laten inslapen. Sectie liet zien dat de stier weliswaar last had van longworm maar geen andere aandoeningen had die de sterke vermagering kon verklaren. De stier heeft in vier jaar tijd voor 13 nakomelingen op Bornholm gezorgd, hij was net geslachtsrijp toen hij in 2012 aankwam.

De bizonstier die Naturstyrelsen op 23 mei 2016 liet inslapen. Deze foto maakte ik op 25 september 2015. Bij de heupen en op de flanken zit niet veel vet. Vergeleken met de massieve voorkant oogt de achterpartij fragiel.

Nu de stier dood is en zijn oudste zoon uit 2013 in het najaar 2016 nog niet geslachtsrijp was – bij bizonstieren duurt het vier jaar en bij koeien drie jaar voordat ze geslachtsrijp zijn – is te verwachten dat er deze zomer geen nieuwe kalfjes geboren worden.

Om inteelt te voorkomen zal Naturstyrelsen dit jaar wel iets aan de samenstelling van de kudde moeten gaan doen. Misschien een uitruil met wat bizons uit Nederland (het Kraansvlak in de Kennemerduinen)?

Om dit blog af te sluiten nog een recente foto waar ook ‘mijn’ bizonkoe op staat, samen met het kalf dat zij vorig jaar kreeg. Gelukkig lijkt het haar nog goed te gaan.

‘Mijn’ bizonkoe, met haar kalf van vorig jaar. Foto genomen op 10 april, 2017. Het voorjaar mag graag snel komen, zodat er weer wat vet op de flanken en ribben kan komen.